Online & offline draagadvies

Gisteren was ik op de ‘Didydag’ die georganiseerd werd door Liefdevol Dragen & Von Va Voom. Het was erg leuk om Tina Hoffmann weer met zoveel liefde en kennis te horen spreken over Didymos, het bedrijf dat in de jaren ’70 door haar moeder is gestart nadat ze Tina en haar tweelingzus is gaan dragen. De hobbels en bochten in de weg, hoe weven toen ging en hoe het nu gaat en vooral ook leuk om te zien hoe dit bedrijf nu met nieuwe innovaties komt.

We hadden het daarom daarna uitgebreider over de Didyclick, een halfbuckle drager die op heel veel manieren te gebruiken is vanaf de geboorte tot zeker de peutertijd en zo belandde het gesprek op hoe dat kan verschillen per moment of ontwikkelingsfase van het kindje in kwestie. Een van de aanwezige moeders ging in op de dogma’s die er zijn in de draagwereld, met name online, en hoe een aantal aanwezige consulenten nu iets heel anders zeiden.

Daar gingen we ter plekke dus even over door en daar wil ik met deze blog even op verder borduren. Er zijn namelijk best wat dogma’s aanwezig in ‘draagland’, zeker als je online community moet geloven. Die aanwezige dogma’s zijn in zekere zin erg handig, want ze voorkomen vaak dat mensen hele gekke dingen gaan doen zonder kennis. Het voorkomt ongelukken, kort door de bocht.

Echter, de meeste dogma’s hoef je niet zo heet te eten als zojuist opgediende soep. En dat is waar ik met mijn collega’s om de hoek kom kijken. Immers, wij kijken niet alleen naar de standaard, de opgediende soep zo uit de keuken, maar we voegen er nog wat croutons aan toe, een beetje peterselie, wat crème fraîche. Misschien een beetje koud water om het wat minder warm op te dienen. We zoeken mogelijkheden waar die er eerst niet lijken te zijn.

Een koopwijze van een drager als een Didyclick op een ‘normale’ manier kan bijvoorbeeld voor de een helemaal niet werken en voor de ander perfect zitten. Rugdragen met een kleine baby, hoog op de rug, kan hiermee bijvoorbeeld ook, als je maar weet hoe. Of met schouderproblemen, rugproblemen, enzovoort. Het zijn soms simpele aanpassingen of slim omdenken die al het verschil maken tussen dragen met gemak of met moeite.

Al deze dingen kunnen we niet uitleggen online. Niet alleen omdat wat wij als consulenten online zeggen vaak als een soort ‘wet’ wordt gezien en dan eindeloos herhaald wordt, terwijl het individueel advies is of kan zijn, maar ook simpelweg omdat er met het verkeerd gebruik hiervan heel veel mis kan gaan. En dat, daar wil ik voorzichtig mee zijn.

Wat ik dus gisteren vertelde, heb ik verteld in de context van gisteren. Net zoals Tina & mijn concollega’s diverse draagmogelijkheden met de Didyclick lieten zien, die niet altijd en bij iedereen perfect zullen werken. Het werk van een consulent is juist die flexibiliteit. Het inzetten van al je kennis en ervaring om voor iedereen die passende oplossing te realiseren. En dat doe ik graag, heel erg graag. Met heel veel liefde.

En geloof mij nou maar, dat gaat offline altijd beter dan online!

Krankzinnig dat dragen, volgens Els…

Er zijn van die dagen dat je hoofdschuddend naar je scherm kijkt. Vandaag is zo’n dag.

De oude hoofdredacteur van het blad LINDA, Els Rozenbroek, heeft een boek geschreven over het opvoeden van kinderen. En in een interview dat ze aan LINDA gaf staat het volgende:

“1. Neem opvoedingsdeskundigen met een korreltje zout.
“Al miljoenen jaren zijn er kinderen op aarde en er zijn altijd mensen geweest die denken dat zij het ei van Columbus hebben gevonden. Nu is bijvoorbeeld een grote groep moeders ervan overtuigd dat we een kind in een draagdoek op ons lijf moeten dragen. Krankzinnig: dat betekent dat je geen eigen leven meer hebt en alles opoffert voor het kind. Komt allemaal door de anticonceptiepil. Sinds die er is, kiezen we bewust voor één of meerdere kinderen en moet alles helemaal perfect worden aangepakt. We gaan te rade bij opvoedingsdeskundigen en o wee als de school geen aandacht heeft voor het tere zieltje van je hartenlap. Je kweekt daar uiteindelijk alleen maar narcisten mee.””

Allereerst ben ik geen opvoeddeskundige maar draagconsulent, dus erg aangesproken voel ik me niet, maar hier heb ik toch wel een mening over… En nu kan ik een enorm epistel schrijven over alles wat ik vind van deze kleine alinea. Ik kan het inhoudelijk compleet onderuit zagen vanuit mijn kennis, maar ik ga het kort houden omdat de basis van deze opmerking zo scheef is, dat ik daarmee al genoeg zeg…

Naast het feit dat de mens (homo sapiens) nog maar zo’n 300.000 jaar bestaat, zijn ‘onze’ kinderen ook eigenlijk die gehele periode gedragen. We dragen onze mensenkinderen omdat wij tot de zoogdierenfamilie van de dragers behoren. Onze kinderen zijn geen verstoppers, die muisstil in een donker holletje liggen, wachtend op mama, of vluchters die binnen een uur of twee na de geboorte mee kunnen met de kudde.

Onze kinderen behoren tot de dragers, die naar behoefte slapen en drinken bij mama. Echt? Ja echt!

Maar waarom is Els er dan zo van overtuigd dat ‘wij’ krankzinnig zijn? Stom genoeg snap ik het ook nog wel een beetje. Het is namelijk de ‘schuld’ van de komst van de kinderwagen, niet van de anticonceptiepil zoals Els aangeeft.

Van die 300.000 jaar dat wij ‘mensenkinderen’ op aarde zetten, zijn ze er 299.900 gedragen. Biologisch is die behoefte van een kind dus onveranderd, want dat verandert niet zo snel. Maar honderd jaar geleden kwam de kinderwagen op de markt voor het grote publiek. En omdat de kinderwagen er in de jaren daarvoor alleen was geweest voor de rijke elite, wilde natuurlijk ‘iedereen’ zo’n ding. Het was een statussymbool. Dragen was alleen nog een ‘noodmiddel’.

Uit deze tijd komt ook het Nederlandse kinderliedje ‘Rije rije rije in een wagentje…’ met de belangrijke toevoeging die ons herinnert aan wat we eigenlijk al die eeuwen deden ‘…en als je dan niet rije wil dan draag ik je!’. Want, biologisch gezien niet zo gek natuurlijk, vindt een kind het juist heerlijk om zo dicht bij mama (of papa) te zijn. Wat daar allemaal voor voordelen aan zitten zal ik een andere keer over verhandelen, maar ik zal één ding verklappen: narcisme creëer je zeker niet door dragen, misschien voorkom je het er zelfs mee…

Positief bij-dragen!

Niet eens zo heel erg lang geleden maakte ik een besluit. Van elk consult dat ik geef zou ik €2 in een pot gooien en die pot zou ik gaan gebruiken voor een goed doel, wat dat moest worden was ik nog niet helemaal uit, maar dat er link (hoe klein ook) moest zijn met het dragen van kinderen, dat was natuurlijk een vaststaand feit.

Vandaag struikelde ik over dat goede doel. En wel als zodanig dat ik die €2 per consult nog heel erg vaak in kan gaan zetten. Dankzij een Facebook vriendin kwam ik namelijk Kiva tegen. Kiva is een non-profit organisatie, die één (micro)lening per keer de wereld veranderd (sterker nog, ze hebben al bijna een miljard dollar aan microleningen kunnen realiseren).

Dat betekent dat mensen, waar dan ook per wereld, vaak via lokale partners, leningen kunnen aanvragen voor bijvoorbeeld het opzetten of uitbreiden van hun bedrijf. In mijn geval gaat die interesse naar moeders en hun bedrijven zodat zij de mogelijkheid krijgen om de leefruimte van hun gezin te vergroten.

In dit geval vond ik een leningaanvraag van een groep vrouwen in Peru die met de aankoop van weefgetouwen en grondstoffen hun gezamenlijke bedrijf kunnen vergroten. Op de foto bij hun verhaal stond zelfs een moeder met haar kindje in de doek (zie foto hierbij), maar het zal me niet verbazen als ze met die weefgetouwen ook doeken zullen maken voor anderen.

Een perfecte eerste lening dus, gerealiseerd uit het recentelijk aangelegde potje. Deze dames gaan het geld in de komende acht maanden terug betalen en over acht maanden kan ik dat geld dus weer inzetten voor een volgende lening. Maar het houdt wat mij betreft hier dus ook niet op. Want bij elk consult zal ik dus geld in dat potje blijven stoppen én telkens als het bedrag van $25 bereikt is, nog een nieuwe lening kunnen realiseren aan een andere vrouw of groep vrouwen.

Zo kan ik dus letterlijk bijdragen aan wat andere vrouwen elders ter wereld kunnen betekenen voor hun gezin. En wellicht vraag jij je dan nog af waarom ik me specifiek op vrouwen richt? Eigenlijk is dat heel simpel. Het is bewezen uit studies dat vrouwen 90% van hun inkomen terug investeren in hun gezinnen en omliggende samenleving. Dit zorgt voor meer bestedingen in hun directe omgeving en dus voor meer economische voorspoed voor veel meer mensen.

Dus, weet dat je met een consult niet alleen je eigen kennis en mogelijkheden wat knopen betreft vergroot, maar ook de mogelijkheden van een vrouw, of groep vrouwen, elders ter wereld.

(Oh, en mocht je zelf ook op Kiva wat moois willen doen en ook een link met het dragen van kinderen hebben, kom dan ook gelijk bij de groep: https://www.kiva.org/team/babywearers)

Dragen is eigenlijk heel (bio)logisch…

Je kent het vast wel, van dat commentaar van familie, vrienden, willekeurige voorbijgangers en ga zo nog maar door in het kader: “Je moet helemaal niet dragen, want daarvan wordt je kind alleen maar afhankelijk”. De ‘goedbedoelde’ adviezen over hoe het allemaal wél moet volgen al snel. Je kindje moet weggelegd worden, in een wagen, een (eigen) bedje, een box. Je moet er vooral niet teveel aandacht aan besteden, doe die deur maar dicht en het huilen houdt vanzelf op (de biologie daarachter laat ik hier even achterwege)…

Hoe vaker ik het hoor, hoe meer het klinkt als een Middeleeuwse martelmethode. En dat, terwijl in de Middeleeuwen kinderen helemaal niet zo behandeld werden. Echt niet. Hoe zijn we zo ver van onze natuur af gaan staan? Ik heb het me wel eens oprecht afgevraagd en daarmee ook onderzocht. Om mijn bevindingen te delen, schrijf ik dit even uit.

Laten we even voor het gemak bij het ‘begin’ beginnen. Want wat zijn wij eigenlijk? Daar valt niet heel veel discussie over te voeren (zelfs niet met de meest stugge oom of tante), wat dat is pure biologie. Wij zijn zoogdieren. Of je er nu voor kiest om je kind fysiek te zogen of de fles te geven maakt in feite niet uit, we zijn nog steeds geen reptielen of amfibieën. We voldoen aan alle vijf kenmerken die een zoogdier worden toegedicht (warmbloedig, haar over ons hele lichaam, levendbarend, zeven nekwervels én het zogen van ons kind).

Dan de volgende onderverdeling, want onder de zoogdieren hebben we (slechts) drie soorten. De eerste soort zijn de verstoppers, denk hierbij bijvoorbeeld aan vosjes. Deze dieren worden in een donker holletje door mama achter gelaten als ze gaat jagen. De kindjes blijven muisstil liggen tot mama terug komt en maken daarna pas weer geluid. Je hebt niet heel erg veel ervaring nodig met onze kinderen om te weten dat dit niet voor de onze opgaat.

De tweede soort zijn de vluchters, denk aan paarden. Deze dieren kunnen binnen een uur of maximaal twee mee met de kudde. Die heel erg volgroeid worden geboren en snel snappen hoe die lange benen onder hun lijf werken. Snel staan en vooral ook rennen is van levensbelang. Gezien het feit dat onze kindjes dit pas na ongeveer een jaar (of soms nog later) kunnen geeft heel makkelijk aan dat wij dus ook niet tot deze groep behoren.

Als laatste zijn er de dragers. Kijk maar naar alle apensoorten. De soorten waar wij puur op DNA ook het meeste bij aansluiten immers. Zij dragen hun kindjes zodat ze kunnen slapen én voeden op verzoek. Het is dus geen moeilijke optelsom bij welke groep onze kindjes, waar wij horen.

Logisch nagedacht is het dus simpel, heel kort door de bocht zijn we dus niets anders dan zoogdieren én dragers. We kunnen niets anders zijn. Het zou immers arrogant zijn om te bedenken dat we een unieke soort zijn. Toch?

Het moment in de geschiedenis waarop onze ‘draagdagen’ ophielden is overigens ook te achterhalen en dat is niet eens zo lang geleden. Althans, te lang voor ons om te herinneren als logisch gedrag, maar biologisch veel te kort voor onze kindjes om dat uit het systeem te krijgen. Biologische veranderingen qua evolutie duren namelijk heel erg lang. En we zijn pas gaan duwen in plaats van dragen aan het begin van de vorige eeuw.

Om precies te zijn zo rond 1920. Toen kwam de kinderwagen binnen bereik van ‘het gewone volk’. Sinds haar uitvinding was dit ‘bedje op wielen’ slechts voor de elite te krijgen en als dusdanig werd het dus ook gezien als een luxeartikel dat ineens binnen handbereik kwam. De populariteit hiervan is dus ook niet vreemd. Mensen willen immers altijd graag luxe kunnen veroorloven. Het ‘erbij horen’ speelt hier uiteraard een rol.

Bekende kinderversjes als ‘Rijden, rijden, rijden in een wagentje en als je dan niet rijden wil dan draag ik je’ komen dus ook uit die tijd. De overgang van dragen naar duwen ging natuurlijk niet zonder slag of stoot en het gedrag van onze kindjes als we ze ‘even’ neerleggen om ‘wat zelf te doen’ is daarom ook vrij voorspelbaar. Soms gaat het even goed, maar dan verlangen ze weer naar de warmte en nabijheid van mama (of papa) en dan zul je het weten ook…

Niet gek natuurlijk als je even nadenkt. Onze kindjes hebben die warmte, die hartslag, het ruisen van de aderen en ga zo maar door negen maanden gevoeld en gehoord, van dichtbij. En wat vinden we in onze samenleving nu ‘normaal’? Wat is het advies dat je krijgt? Dat zo gauw een kindje geboren is, we hem of haar weg moeten leggen. Constant. Want nu het uit je lichaam is, moet het zichzelf maar zien te redden. Of zo.

De (bio)logica is als je even terug kijkt compleet zoek. Onze kindjes zijn namelijk geen verstoppers die zich heel stil houden in een donker hoekje tot mama terug komt, of vluchters die zichzelf voor het grootste deel kunnen redden zo gauw ze de grond raken. Onze kindjes zijn dragers, ze horen echt aan je vast te plakken tot ze zelf die ruimte kunnen zoeken. En die ruimte zoeken ze vanzelf, als ze kunnen kruipen nemen ze de eerste stukjes en tegen de tijd dat ze kunnen lopen wordt die ruimte nog veel groter.

Dat het in onze huidige samenleving de nodige problemen oplevert om volledig in die behoefte van je kindje te voorzien is absoluut waar, en daarmee een compleet andere discussie. Maar ik blijf mensen die mij vertellen dat ik mijn kindje weg moet leggen altijd vragen sinds wanneer mijn kind veranderd is in een vosje…

Zelfs op afstand…

Vanmiddag kreeg ik zomaar een appje van een vriendin. Ze wist het even niet meer en zocht advies: Haar dochter was ontzettend moe maar wilde niet slapen. En na heel kort heen en weer appen was mij duidelijk dat er wel snel iets moest gebeuren, kindje was overprikkeld en ook voor de mama in kwestie zat het hoog. Maar wat doe je dan? Wat kon ik doen?

Ze had haar kindje al gevraagd of ze op haar rug wilde in de drager. Maar dat vond mevrouw geen goed idee. Mama had die optie dan ook afgeschreven.

Nu is mijn ervaring dat je bijna altijd letterlijk naar je kind moet luisteren, maar heel soms ook eventjes ‘de verstandige ouder’ moet zijn en de signalen even anders moet interpreteren. Dit heb ik namelijk ook wel eens gedaan met mijn dochter. Ze was dan zo druk in haar hoofd dat ze alles wilde, maar eigenlijk heel erg veel behoefte had aan rust, aan slaap.

Als de dag van vandaag herinner ik me het moment dat ik een poging deed van een uur of twee om haar in slaap te krijgen. Ik had alles geprobeerd wat ik me kon bedenken, zelfs een uur samen in bed gelegen (en zij maar spelen) en ik wist het niet meer. Alles wat normaal zo simpel werkt, werkte nu helemaal niet.

En het was op het punt dat ik als een hulpeloos hoopje moeder in elkaar wilde storten, dat ik besloot dat ik nog één poging ging wagen. Ik pakte een doekje en gooide haar op mijn rug met als bedoeling om buiten maar een stukje te gaan lopen tot ze in slaap zou vallen. Maar het was allemaal niet meer nodig. Ik was nog maar halverwege het knopen van een goede Double Hammock (en ik knoop helemaal niet langzaam) of ze was al weg.

Mijn initiële wanhoop maakte plaats voor vertedering. Ze had me gewoon even nodig. Die rust, die geborgenheid, die warmte. De kleine snurkjes in mijn oor toverden een glimlach op mijn gezicht en ik kon de hele wereld weer aan. Alle zorgen gleden van me af en met mijn kleine meisje op mijn kwam de ontspanning bij mij ook terug.

Dus, ik stelde de mama in kwestie ook voor om het maar te proberen. De reddingsboei voor haarzelf uit te gooien op deze manier. Het duurde toen ook maar een paar minuten of ik kreeg de geruststellende woorden: “Dank, ze slaapt!”. En ik kon niets anders dan glimlachen.

Zelfs zonder mama of kind gezien te hebben kon ik de behoefte die ik zelf heel goed ken én herken van mijn eigen kind zien bij een ander. Die behoefte om even een rots te zijn. Om even daar te staan waar een kind ons nodig heeft. En dan ben ik blij dat er tegenwoordig van die mooie online communicatie is zodat ik zelfs op afstand iemand kan helpen. Met een paar simpele woorden…